Paspoort

Naam: Niek Vos

Geboren: 1949

Woonachtig: Kraggenburg N.O.P

Beroep: Biologisch akkerbouwer,

Gewassen: Aardappel-braak-lucerne-uien-tarwe-uien/wortelen-haver

Niek Vos is een bevlogen biologisch teler en boerenkweker. Zijn hart ligt bij de aardappel, die in de biologische teelt een grote bedreiging kent: Phytophthora. Als aardappelplanten in het veld worden aangetast is de kans groot dat ze onder de ziekte bezwijken voordat er ondergronds voldoende knollen zijn gevormd. Concreet betekent dat een hele lage opbrengst. Veel biologische boeren laten de aardappelteelt links liggen.

In de biologische aardappelteelt wordt nog steeds koper gebruikt om de ziekte onder de duim te houden. Dit is Niek een doorn in het oog, want koper is niet alleen schadelijk voor het milieu, maar ook voor het imago van de sector. Resistente rassen, dat is volgens Niek het enige antwoord op de ziekte. Daar werkt deze boerenkweker dan ook al twintig jaar aan.

Twee resistente rassen

En en is het hem gelukt. In 2006 kwam hij, in samenwerking met Kweekbedrijf Meyer, met het ras Bionica. U kent het ras misschien uit de winkel met de naam Nieks’ Witte. Dit ras, de naam zegt het al, heeft een witte vleeskleur en daarom niet erg in trek bij de consument. Die is een lichtgele vleeskleur gewend. Voor boeren zou het een prima ras zijn met goede opbrengst maar dan moet de consument de aardappel wel kopen. Niek Vos bleef doorgaan met kweken. Drie jaar geleden was daar het tweede succes in de vorm van Sevilla. Een mooie lichtgele, lichtkruimige aardappel, geschikt voor friet en chips en voor op tafel. Vorig jaar is er 145 ton pootgoed geproduceerd.

Zo gaat hij te werk

Niek gaat gewoon door met zijn zoektocht naar nog een commercieel ras dat geschikt is voor zowel de biologische als de gangbare markt, want hij vindt het belangrijk dat er zoveel mogelijk mensen van kunnen profiteren. Hij werkt samen met Bioimpuls, een samenwerking tussen Wageningen Universiteit, een aantal kweekbedrijven en boerenkwekers. Het Bioimpuls programma levert hem een paar duizend plantjes die een grote potentie hebben om resistent te zijn tegen phytophthora. Hij omschrijft zijn werkwijze als eenvoudig. Alles wat op het veld phytophthora krijgt wordt verwijderd. Alleen de sterke, gezonde planten blijven over. De knollen van die planten worden vervolgens beoordeeld op uiterlijk eigenschappen, als vorm, kleur en smaak.

Toekomst

En als er weer een nieuw ras gevonden is, dan volgt het spannende traject van introductie en rasopbouw. Wil de markt hem hebben? Het aardappelconvenant uit 2017, waarin boeren, retailers en winkelketen hebben afgesproken dat resistente rassen voorrang krijgen in het winkelschap, zou hierin van doorslaggevend belang kunnen zijn.

Stichting Zaadgoed steunt het project van Niek, omdat de aardappel voor de biologische teelt een erg belangrijk gewas is en gebaat is bij meerdere resistente rassen. Niek laat zien dat met zijn eenvoudige aanpak en lange adem, goede resultaten te behalen zijn.